Kinderen en de media

Hoe kwetsbaar zijn kinderen voor de invloed van de media?

Uit onderzoek is gebleken dat de invloed bij volgende groepen groter en dus schadelijker kan zijn:

jongere kinderen;

kinderen die zich sterk vergelijken met beelden in de media: kinderen die zich minder goed iemand anders kunnen inleven;

kinderen die zich meer door hun omgeving laten beïnvloeden, en

 kinderen uit gezinnen waar de ouders minder aan mediaopvoeding doen.

Uit onderzoek blijkt dat kinderen inderdaad hun gedrag en houding laten beïnvloeden door de media. De confrontatie met geweld op de televisie, in films en games kan bijvoorbeeld ervoor zorgen dat kinderen geweld sneller accepteren of dat ze zelf meer vervelend gedrag gaan vertonen. In het algemeen blijkt dit risico van gewelddadige media en deze is internationaal op allerlei manieren onderzocht. Wat betreft seks, grof gedrag, ongezond eten en stereotype opvattingen zijn er aanwijzingen dat hoe vaker kinderen daarvan beelden in de media zien, hoe meer zij zelf zo kunnen gaan denken of doen. De frequentie van hoe vaak een kind met dergelijke beelden wordt geconfronteerd maakt dus veel uit.

 

Belangrijk voor ouders is dus om je kind(eren) vroeg mediawijs te maken. Kinderen moeten worden gestimuleerd om weerbaarder te zijn tegen de media. Als je al kijkt naar bijvoorbeeld het chatten op internet is gebleken dat de sociale controle van kinderen en jongeren het beste werkt om ongewenst gedrag te tegen te gaan. Zij moeten hierin echter gesteund worden door hun omgeving, en dan voornamelijk de ouders. Als er vroeg al iets aan gedaan wordt, kan dat een hoop ellende besparen.

Nikken, P. (2007), 'Mediageweld en kinderen'. Amsterdam, SWP books.

Valkenburg, P. (2008), 'Beeldschermkinderen: theorieën over kind en media'. Amsterdam, Boom.

Nederlands Jeugdinstituut (n.d.). Risico's van schadelijke mediabeelden. Retrieved October 30, 2013, fromhttp://www.nji.nl/Risicos-van-schadelijke-mediabeelden

Advies Commissie Jeugd, Geweld en Media. (2005, November). Wijzer Kijken: Schadelijkheid, geschiktheid en kennisbevordering bij het gebruik van audiovisuele producten door jeugdigen. Retrieved October 30, 2013, fromhttp://www.ivir.nl/publicaties/vaneijk/Wijzerkijken.pdf

 

 

 

Copycat effect

Het copycat effect. Iets wat zowel negatief als positief kan zijn. Het is zodanig beïnvloed worden door de media dat men het gedrag weliswaar gaat kopiëren.

Het gedrag wat het meeste opvalt is natuurlijk de negatieve vorm van het copycat effect. Denk hierbij aan gevallen als bedreiging, vandalisme, brandstichting, mishandeling, zelfdoding of moord.

Hoe vaak komt er wel niet in het nieuws het trieste bericht dat er een familiedrama is geweest? Het lijkt soms alsof er een periode is dat men elkaar ‘aansteekt’ en dat het dagelijks in de media komt. Je kunt ook denken aan het plegen van geweld door iemand die veel online (gewelddadige) spellen speelt. Uit onderzoek blijkt dat in het laatste geval vaak voor mannen geldt.

 Er zijn drie soorten copycat effecten. Daarbij spelen de motieven van de ‘dader’ en de zwaarte van de ‘daad’ een rol in het geheel. Er zijn communicatieve, expressieve of instrumentele motieven.

Communicatief: de dader heeft een ‘boodschap’ en wil een signaal afgeven, dit kan een uiting zijn van verveling tot ‘stoer doen’.

Expressief: de dader geeft uitdrukking aan de eigen, diep liggende gemoedstoestand, oftewel het is gemaakt, nep.

Instrumenteel: de dader wil gericht een doel bereiken.

 Als het tegengaan van een probleem als dit begint bij het veranderen van media, hebben we helaas nog een lange weg te gaan.

COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement (2011, August). Copycat, een fenomeenonderzoek. Retrieved October 30, 2013, from http://wodc.nl/images/volledige-tekst_tcm44-387314.pdf

Barber, N. (2012, January 27). The Human Beast, copycat killings. Retrieved October 31, 2013, from http://www.psychologytoday.com/blog/the-human-beast/201207/copycat-killings

Crossmedia

Crossmedia

 

Crossmedia. Afkomstig uit de marketingcommunicatie. Over het algemeen wordt hiermee bedoeld dat een media-uiting via verschillende media wordt gedaan. Denk aan de volgende zaken:

- acties die gepromoot worden op televisie, waarbij je via een website mee kan doen.

- acties op posters, waarbij je naar de radio moet luisteren.

- uitingen op producten waarbij je iets moet opsturen.

 

Het is waarschijnlijk al duidelijk waarom deze acties worden gedaan: door deze media te combineren ontstaan er nieuwe kansen en worden doelgroepen op een effectievere manier aangesproken. Wanneer er meerdere soorten media worden gebruikt spreek je meer mensen aan. De een luistert meer naar de radio dan dat hij of zij televisie kijkt of iemand is meer op het web actief dan dat hij of zij de krant leest.

 

Mensen worden verleid doordat er niet één heel verhaal wordt verteld via één medium. Om meer te kunnen weten wordt er een ander medium ingezet. Denk aan slogans als: “Wil jij weten wat deze geweldige prijs inhoudt? Ga dan nu naar de website!”

 

Reynaert, I., Dijkerman, D., Davidson, D., & Van Vliet, H. (2013, May 31). Crossmedia. Retrieved October 7, 2013, from http://nl.wikipedia.org/wiki/Crossmedia

 

Wat is crossmedia? (2008, August 5). Retrieved October 7, 2013, from http://http://www.crossmediaspecialist.nl/2008/08/05/wat-is-crossmedia/

 

 

 

 

Sociale vergelijkingstheorie || Het schoonheidsideaal

 

 

Iedereen herkent zich er (deels) in. Die mooie mensen die vaak voorbij komen in de media. Het verschilt per persoon of je hier gevoelig voor bent. De een is er vrijwel immuun voor maar de ander gaat zichzelf vergelijken met deze groep. Helaas meer dan we denken.

Het wordt ook wel de sociale vergelijkingstheorie genoemd. Mensen leren over hun persoonlijke kwaliteiten en evalueren deze door zichzelf met anderen te vergelijken. (Smith & Mackie, 2007)

Om het nog meer specifiek te maken kunnen we “het schoonheidsideaal” centraal maken. Vrouwen lijken hier over het algemeen het meeste last van te hebben, al blijkt uit onderzoek dat mannen in deze tijd er net zoveel last van kunnen hebben. (Pelicaen, n.d.)

De schoonheidsidealen bij vrouwen waren al vroeg te zien: er zijn beeldjes gevonden uit de tijd van de prehistorie. Deze hadden vaak het figuur van venus; flinke vormen, iets wat vaak in verband werd gebracht met vruchtbaarheid. In de tijd van de Grieken en Romeinen prefereerden men vrouwen die zichtbare heupen hadden, wat werd gekoppeld aan het baren van sterke kinderen. De make-up startte overigens hier, men maakte zichzelf bleek; bleek stond voor niet werken in de zon. Tijdens de Middeleeuwen ging men weer een andere kant op: hoe dikker de vrouwen, hoe groter de welvaart. Dik zijn stond voor veel voedsel en dus veel geld.

 Om even in de versnelling te gaan, in de 20e eeuw kwam het schoonheidsideaal Marilyn Monroe voorbij. Vergeleken met haar ‘voorgangers’ leek Marilyn slank. Ondanks haar populariteit kwam al snel een volgend ideaalbeeld: Twiggy. De naam zegt het al; takje. Vrouwen werden gedreven slanker dan slank te worden. (Van Der Horst, 2011)

Men wordt zo vaak geconfronteerd met beelden van perfectie dat zij zichzelf gaan vergelijken met hen. Wat belangrijk is om deze zwakke zelfbeelden tegen te gaan bij volgende generaties is kinderen op tijd mediawijs te maken. Zo ontwikkelen zij een sterker zelfbeeld voordat zij met die honderden beelden worden geconfronteerd. (Sikkel, 2010)  

In de 21e eeuw komen er met vlagen acties om ronde vormen te promoten. Een paar voorbeelden: hoofdredactrice Alexandra Schulman van de Britse Vogue wou in 2010 een nieuwe schoonheidsideaal promoten. Zij wou voor ronde vormen gaan. Helaas stonden er binnen een paar maanden weer modellen met maatje 34 op de cover. (Sikkel, 2010) Ketens als H&M doen ook een poging om Beyoncé met haar ronde vormen in de catalogus te laten stralen. (Buyk, 2013) Laten we hopen dat deze acties alleen maar meer gaan voorkomen.

 

 

Smith, E., & Mackie, D. (2007). Social Psychology.

 

Pelicaen, E. (2012). Ook mannen hebben last van het schoonheidsideaal in reclame. Retrieved September 20, 2013, from http://www.allesoverseks.be/cms/nieuws/ook-mannen-hebben-last-van-het-schoonheidsideaal-in-reclame.aspx

 

Van der Horst, E. (2011, June 14). Schoonheidsidealen in de geschiedenis. Retrieved September 20, 2013, from http://www.kennislink.nl/publicaties/schoonheidsidealen-in-de-geschiedenis

 

Lievens, J. (2013, September 20). 2013, het jaar van een nieuw schoonheidsideaal?Retrieved September 20, 2013, from http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2013/03/10/2013-het-jaar-van-een-nieuw-schoonheidsideaal

 

Sikkel, M. (2010, October). Meisjes en de media. Retrieved September 20, 2013, from http://www.psychologiemagazine.nl/web/Artikelpagina/Meisjes-en-de-media.htm#

 

Buyk, L. (2013, May 31). H&M geeft toe: sommige modellen waren te mager. Retrieved September 20, 2013, from http://www.hln.be/hln/nl/40/Style/article/detail/1643477/2013/05/31/H-M-geeft-toe-sommige-modellen-waren-te-mager.dhtml 

Parasociale interactie

Wat is parasociale interactie? Parasociale interactie is een begrip waarbij het om de manier gaat waarop mediagebruikers reageren op mensen die in die media optreden, een wijze van reageren die verloopt alsof het een interactie betreft tussen ‘echte’ mensen in het gewone dagelijkse leven (Giles, 2002). Neem als voorbeeld de Two-Step flow theorie: via deze theorie wordt een grote groep mensen bereikt. Deze mensen worden dan ook direct aangespoord om het product of dienst te gaan kopen. (Dankers, z.d.) Er kan dus interactie ontstaan tussen mensen die elkaar niet kennen.

De term “Parasociale Interactie’ is binnen de mediapsychologie ontstaan. Deze is in 1956 voor het eerst geïntroduceerd door de heren Donald Horton en Richard Wohl. Het kreeg de volgende titel: “Mass Communication and Parasocial Interaction: Observations on Intimacy at a Distance". (Rice, 2011)

Rice, W. (2011, January 5). Social Media is ook Parasociaal. Retrieved September 15, 2013, from http://mediapsychologie.nl/2011/01/05/social-media-is-ook-parasociaal/

Dankers, L. (n.d.). Theorieën. Retrieved September 15, 2013, from http://kennisportfolio-lottedankers.weebly.com/propedeuse-blok-1.html

Giles, D. (2002). Parasocial Interaction. Retrieved September 15, 2013, from http://http://www.academia.edu/692058/Parasocial_interaction_A_review_of_the_literature_and_a_model_for_future_research

 

Agendasettingtheorie

De massamedia maken feiten en gebeurtenissen bekend voor het publiek. Echter bepalen zij welke onderwerpen aan bod komen: ze bepalen dus niet wát we denken, maar wel waaróver we denken. Dit wordt de agendasettingtheorie genoemd. (Michels, 2010, p.21)

 

De rol van media gaat echter steeds verder dan deze agendasettingtheorie. Tegenwoordig worden er zoveel details getoond van een gebeurtenis dat er gevoelens worden opgewekt. Het wordt ook wel ‘emotiesetting’ genoemd: “Mensen die je kent vanuit de media gaan deel uitmaken van je persoonlijke belevingswereld.”  (Faasse, 2013)

 

Het draait dus om de kijkcijfers, nieuws wat dichterbij het Nederlandse volk staat wordt vermeld terwijl ander, vergelijkbaar ernstig nieuws in de rest van de wereld voor een groot deel wordt weggelaten.

 

 

 

Michels, W. (2010). Communicatietheorie. In Communicatie handboek (p. 21). Groningen/Houten, Nederland: Noordhoff.

 

 

Faasse, J. (2013, May 23). Geraadpleegd op 7 september 2013, http://www.swocc.nl/van-agenda-setting-naar-emotie-setting/.